Planmatig op weg naar 2020

De politiek heeft in oktober 2015 besloten de rekentoets niet mee te laten tellen in het mbo, vmbo en havo omdat het een te hoge drempel zou opleveren voor het behalen van het diploma. Dit betekent dat in het afgelopen schooljaar (2015-2016) het resultaat op de rekentoets alleen meetelt voor het behalen van het diploma voor leerlingen op het vwo. Voor leerlingen op het mbo, vmbo en havo geldt dat zij de rekentoets wel moeten maken en dat het resultaat op de cijferlijst komt te staan zonder dat deze meetelt voor het behalen van het diploma. Voor het mbo, vmbo en havo zullen de resultaten constant gemonitord worden. Op basis van de resultaten zal vervolgens het moment worden bepaald waarop het resultaat van de rekentoets gaat meetellen voor het behalen van het diploma.

In de kamerbrief (Tweede Kamer) van 6 oktober 2015 is aangegeven dat de resultaten in het mbo gaan meetellen voor het behalen van het diploma, zodra het resultaat ook voor alle diplomerende leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo), die direct doorstromen naar het mbo heeft meegeteld voor het behalen van het diploma. Het vo, met name het vmbo en ook de havo, is immers het aanleverend onderwijs voor het mbo en zoals al eerder gecommuniceerd is het uitgangspunt van het beleid dat er voor het mbo sprake is van een onderhoudsplicht, waarbij eerder opgedane rekenvaardigheden worden onderhouden.

Hoe slagen er straks zoveel mogelijk leerlingen op het juiste niveau?

Om als opleiding goed gebruik te maken van de tijd die het nog duurt dat de rekentoets mee gaat tellen is een plan van aanpak nodig. Gestructureerd op weg naar een goed resultaat. Een goede start is tenslotte het halve werk en hiervoor is een goede nulmeting nodig. De nulmeting bij leerlingen vindt veelal al plaats. Maar wat is de nulmeting van uw rekenteam? Hoe vaardig zijn zij op het gebied van uitleggen van rekenopgaven? Om dit te kunnen bepalen heeft Compleet Rekenen een rekenvlootschouw ontwikkeld. De rekenvlootschouw geeft het rekenteam en management een beeld van de didactische vaardigheden en kwaliteiten van het rekenteam en de individuele rekendocenten op basis van de vier pijlers, zoals beschreven in het Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie. kortweg ERWD (Van Groenestijn, Van Dijken, Janson, 2012).

Dit protocol is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van OC&W en de Nederlandse Vereniging tot ontwikkeling van het Reken-Wiskundeonderwijs (NVORWO) en een vervolg op ERWD (Van Groenestijn, Borghouts en Janssen, 2011) en ERWD2 (Van Groenestijn, Van Dijken en Janson, 2012). De vier pijlers die hierin beschreven zijn:

  • het drieslagmodel
  • het handelingsmodel
  • de hoofdlijnen voor rekenen, ook wel leerlijnenmodel genoemd
  • een typering van studentkenmerken

De rekenvlootschouw zoomt in op de rekenkennis en -vaardigheden van de docenten tijdens een individueel rekengesprek, dus zonder de complexe klassensituatie. Hierdoor komt de specifieke kennis en ervaring van de docent op het vakgebied rekenen optimaal tot zijn recht. Bij de rekenvlootschouw worden ook wensen en behoeften van het team geïnventariseerd op het gebied van professionalisering, rekenhulpmaterialen, voorzieningen zoals een rekenlokaal, rekenkoffer en ICT-mogelijkheden. Indien gewenst wordt er een 3F toets afgenomen.

Deze rekenvlootschouw is een goed uitgangspunt om een vervolgtraject op maat te ontwikkelen en kan tevens dienen als verantwoording naar de inspectie in het kader van (borging van) kwaliteit en kwaliteitszorg van rekenonderwijs. De rekenvlootschouw en vervolgacties zijn tevens een instrument voor de wet BIO en het verantwoorden van professionalisering van rekendocenten naar onder andere onderwijsinspectie. Daarnaast heeft de politiek ook een verantwoording gevraagd over de inzet van de middelen die speciaal in het kader van de rekentoets zijn verstrekt. De rekenvlootschouw geeft een advies over scholing en ontwikkeling, die in het plan van aanpak uitgewerkt kunnen worden met een financiële verantwoording.

Wat kan er in het plan van aanpak worden opgenomen?

Ontwikkeling en actualisatie van het rekenbeleid

Op de meeste scholen en opleidingen is er een beleidsstuk uitgewerkt voor het rekenbeleid maar is dit beleid nog actueel en ook bekend bij de rekendocenten? Is iedere docent goed bekend en bekwaam bij het gebruik van de rekenmethode? Wat zijn de afspraken voor afname, registratie en analyse van de toetsen? Is er structureel rekenoverleg met een sectie, vakgroep of kenniskring? Wat te doen met zorgleerlingen? Is er een rekencoördinator en hoe is de taakverdeling?

Om goed rekenonderwijs te kunnen geven is er goed rekenbeleid nodig die bekend is bij de rekendocenten en waarin alle informatie over rekenen en de procedures terug te vinden zijn.

Figuur 1, professionalisering van rekendocenten en (verder) ontwikkelen van rekenbeleid

Scholing van de rekendocenten, fase 1, 2 en 3

Los van alle rekenmethodes is er specifieke rekendidactiek die een rekendocent nodig heeft om goed rekenonderwijs te kunnen geven. Naast algemene didactiek moeten ze zicht hebben op het handelingsmodel, het drieslagmodel, de hoofdlijnen van rekenen, rekenstrategieën en rekentaal. Wij merken in onze trainingen dat de principes van zelf ervaren, zelf doen en gedrag veranderen in 15 trainingen daadwerkelijk een goede basis geeft voor flexibel omgaan met deze aspecten in de onderwijspraktijk. In de cursus zijn er praktische opdrachten op basis van onderzoekend leren, waarbij de rekendocent het uitgangspunt is en de rekenpraktijk het onderwerp.

Fase 2: Specialisatie van rekendocenten met onder andere de rekenkaarten

Na de basistraining is er de mogelijkheid om zich te specialiseren. Iedere school heeft enkele rekenspecialisten nodig in verband met de aangepaste examens 2A, 2ER en 3ER. Voor deze leerlingen met rekenproblemen is passende begeleiding en ondersteuning nodig. Naarmate de ernst van de rekenproblemen toeneemt, wordt de begeleiding van de student intensiever en zal de rekendocent specialistischer hulp moeten bieden. De rekendocent werkt handelingsgericht en voert het diagnostisch rekengesprek en zorgt voor dossiervorming. De rekenspecialist kan verbonden zijn aan het rekencentrum, waar deze ondersteuning vorm krijgt.

Fase 3: Train de trainer “de reken1000poot” (rdp)

In de complexiteit van een school is een aanspreekpunt voor rekenen een belangrijk aspect: een rekendocent die overal van weet, excellent rekendocent is en degene die ‘nieuwe’ rekendocenten ondersteunt, informeert, begeleidt en het (reken)vak leert. Een interne trainer-coach is hiervoor de aangewezen figuur. Om deze trainer-coach op te leiden heeft Compleet Rekenen samen met Rekenen op Rekenen ‘De reken1000poot’ ontwikkeld (train de trainer). Deze rekenduizendpoot is de bindende factor tussen:

  1. de beleidmakers en de uitvoerders op het gebied van rekenen;
  2. opleiding overstijgend als rekenadviseur.
De rdp richt zich zowel op rekenteams als de individuele (reken)docent.

Verder geeft deze training de mogelijkheid om rekendocenten aan de organisatie te binden door te investeren in het verder ontwikkelen van haar/zijn capaciteiten.

Rekenondersteuning en rekencentrum

Het (verder) opzetten van een rekencentrum vraagt een gedegen rekenbeleid waarvan het rekencentrum een onderdeel uitmaakt. Scholen organiseren de extra ondersteuning planmatig voor leerlingen die dit nodig hebben, zowel individueel als in kleine groepen. Hierbij vindt ook dossiervorming plaats die gebruikt kan worden voor de aanvraag van het aangepaste rekenexamen. Al de benodigde processen en registratie moeten een duidelijke plek krijgen in het rekenbeleid zodat ook een goede verantwoording mogelijk is. Een taak die uitgevoerd kan worden door rekenspecialisten.

Borging van het geleerde en de kwaliteit van het rekenonderwijs.

Alle hierboven genoemde investeringen, mogen natuurlijk niet verloren gaan. Hiervoor is het belangrijk om vooraf al na te denken hoe de verkregen kennis en ervaringen te borgen in de organisatie. Denk hierbij aan gestructureerde bijeenkomsten, studiemiddagen en intervisie, maar ook aan vastlegging van leerling resultaten. En niet onbelangrijk: leveren de investeringen ook een verbetering van de resultaten op de rekentoetsen? Wordt het rekenbeleid en gemaakte afspraken ook uitgevoerd? Wanneer is de volgende evaluatie en actualisatie van het beleid?

Professionalisering van rekendocenten en het maken van een plan van aanpak is altijd maatwerk. Iedere opleiding en ieder team heeft zijn eigen kenmerken waarop ingespeeld moet worden. Het planmatig werken geeft in ieder geval duidelijkheid aan alle partijen wat er bereikt moet worden en de wijze waarop dit plaatsvindt.

Drs. Monique van Bueren en Ben van der Stee

Compleet Rekenen, info@compleetrekenen.nl

Gepubliceerd op 16 januari 2017, Jaargids Compleet Onderwijs

 

Ook interessant