De Rekenvlootschouw

Om zo veel mogelijk leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs het vereiste rekenexamen te laten halen, moet er goed rekenonderwijs gegeven worden en handelt de rekendocent volgens de vier pijlers voor goed rekenonderwijs. De rekenvlootschouw geeft het rekenteam en management een beeld van de didactische vaardigheden en kwaliteiten van het rekenteam en de individuele rekendocenten op basis van deze vier pijlers, zoals beschreven in het Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie. kortweg ERWD (Van Groenestijn, Van Dijken, Janson, 2012).

Het doel van de rekenvlootschouw is dat zoveel mogelijk studenten de verplichte rekentoets halen

Dit protocol is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van OC&W en de Nederlandse Vereniging tot ontwikkeling van het Reken-Wiskundeonderwijs (NVORWO) en een vervolg op ERWD (Van Groenestijn, Borghouts en Janssen, 2011) en ERWD2 (Van Groenestijn, Van Dijken en Janson, 2012). De vier pijlers die hierin beschreven zijn:

  1. Het drieslagmodel
  2. Het handelingsmodel
  3. De hoofdlijnen voor rekenen
  4. Een typering van studentkenmerken 

De rekenvlootschouw zoomt in op de rekenkennis en -vaardigheden van de docenten tijdens een individueel rekengesprek, dus zonder de complexe klassensituatie. Hierdoor komt de specifieke kennis en ervaring van de docent op het vakgebied rekenen optimaal tot zijn recht.

Hierbij wordt een koppeling gemaakt tussen rekendidactiek, eigen vaardigheid en de verschillende referentieniveaus (1F, 2F en 3F): door tijdens het rekengesprek de rekendocent een aantal opgaven uit te laten leggen op verschillende handelingsniveaus verplaatst de docent zich in de onderwijsbehoefte van de leerling waarbij het zelf kunnen oplossen van de opgave de basis is voor het uitleggen van rekenopgaven. De rekenvlootschouw is voor alle referentieniveaus, omdat analyseren en uitleggen van opgaven op alle MBO-niveaus plaatsvindt.

De rekenvlootschouw is een goed uitgangspunt om een vervolgtraject op maat te ontwikkelen en kan tevens dienen als verantwoording naar de inspectie in het kader van (borging van) kwaliteit en kwaliteitszorg van rekenonderwijs.

De rekenvlootschouw en vervolgacties zijn tevens een instrument voor de wet BIO en het verantwoorden van professionalisering van rekendocenten naar onder andere onderwijsinspectie.

Om zo veel mogelijk leerlingen en studenten in het voorgezet- en middelbaar beroepsonderwijs het vereiste rekenexamen te laten halen, moet er goed rekenonderwijs gegeven worden. De rekenvlootschouw geeft het rekenteam en management een beeld van de didactische vaardigheden van het gehele rekenteam en de individuele rekendocenten op basis van de vier pijlers voor goed rekenonderwijs, zoals beschreven in het Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie, kortweg ERWD.

De rekenvlootschouw zoomt in op de rekenkennis en -vaardigheden van de docenten tijdens een individueel rekengesprek, dus zonder de complexe klassensituatie. Hierdoor wordt de specifieke kennis en ervaring van de docent op het vakgebied rekenen optimaal in beeld gebracht. Door in het rekengesprek een aantal rekenopgaven uit te leggen op verschillende handelingsniveaus verplaatst de docent zich in de onderwijsbehoefte van de student. Hierbij wordt een koppeling gemaakt tussen de opgave oplossen, uitleggen en de eisen die de COE stelt bij het rekenexamen. De rekenvlootschouw is voor alle referentieniveaus, omdat analyseren en uitleggen van opgaven op alle niveaus plaatsvindt. De rekenvlootschouw is een goed uitgangspunt om een vervolgtraject op maat te ontwikkelen en kan tevens dienen als verantwoording naar de inspectie in het kader van (borging van) kwaliteit en kwaliteitszorg van rekenonderwijs.

Bekijk hier de demoversie van de rekenvlootschouw

Bekijk hier het artikel planmatig op weg naar 2020